De Oudercommissie levert bij iedere VGR een bijlage waarin signalen en adviezen staan die zijn gedeeld met de bewindspersoon en het departement/ DGH. Deze voortgangsrapportages zijn te vinden op Voortgang: rapportages en bijlagen | Herstel Toeslagen (UHT)

Onderstaand treft u de inhoud van de meest recente VGR bijlage van de Oudercommissie:

Advies betreffende afhandeling van aanvullende schade
Naar aanleiding van de aangekondigde livegang van het aanmeldportaal en MijnHerstel heeft de Oudercommissie op 20 november 2025 een advies uitgebracht over de afhandeling van aanvullende schades. In dit advies heeft de Oudercommissie zorgen geuit over de snelheid waarmee het informatie- en aanmeldportaal en MijnHerstel zijn ontwikkeld en in gebruik genomen. Daarnaast is gewezen op het ontbreken van expliciete waarborgen voor een zorgvuldige toetsing van zowel de effectiviteit als de ervaren kwaliteit van deze route.

De Oudercommissie heeft de staatssecretaris daarom geadviseerd te kiezen voor een gefaseerde livegang. Tevens is aanbevolen om voorafgaand aan de ingebruikname van het portaal en MijnHerstel een bijeenkomst te organiseren met alle betrokken partijen, met als doel gezamenlijk te verkennen hoe de meer fundamentele zorgen van ouders en representatieve organisaties (die reeds in de zomer zijn geuit) kunnen worden weggenomen.

Dit advies bouwt voort op een eerder briefadvies uit augustus 2025, waarin de Oudercommissie heeft benadrukt dat tijd en zorgvuldigheid noodzakelijk zijn bij de verdere uitwerking van de digitale VSO-route MijnHerstel. Alleen met een zorgvuldige voorbereiding kan MijnHerstel een perspectiefvolle start maken en ouders daadwerkelijk ondersteunen bij het verkrijgen van schadeloosstelling onder eigen regie.

De Oudercommissie waardeert het streven van de bewindspersoon om ouders zo snel mogelijk perspectief te bieden. Dit streven mag echter niet ten koste gaan van zorgvuldigheid. Tegen die achtergrond heeft de Oudercommissie geadviseerd om:

  • de werking van de route en de onderlinge samenhang van het stelsel eerst te beproeven met een beperkte groep gedupeerden, zodat knelpunten tijdig kunnen worden gesignaleerd en bijgestuurd;
  • in de Kamerbrief van 25 november 2025 expliciet toe te lichten hoe deze gefaseerde invoering wordt vormgegeven, inclusief het aantal betrokken ouders en de voorwaarden voor opschaling;
  • in diezelfde Kamerbrief inzichtelijk te maken hoe ouderbetrokkenheid bij de monitoring van de (gefaseerde) livegang wordt georganiseerd, zodat dilemma’s en zorgen vroegtijdig kunnen worden besproken en vertaald naar werkbare oplossingen;
  • het perspectief van gedupeerden leidend te maken in de monitoring van de voortgang. De Oudercommissie constateert dat de voortgangsrapportages momenteel overwegend kwantitatief van aard zijn. Hierdoor ontbreekt voldoende inzicht in de ervaringen en tevredenheid van ouders, met name waar het de afhandeling van aanvullende schades betreft.

Complexe schades
De Oudercommissie heeft daarnaast zorgen uitgesproken over het ontbreken van duidelijkheid over de afhandeling van complexe schades. Evenmin is helder in hoeverre ouders in deze fase nog een beroep kunnen doen op de Commissie Werkelijke Schade.

In situaties waarin ouders via SGH of MijnHerstel niet tot overeenstemming komen en geen vaststellingsovereenkomst tot stand komt, is onduidelijk welke vervolgstappen voor hen beschikbaar zijn. De Oudercommissie acht het noodzakelijk dat tijdig helderheid wordt geboden over de inrichting en positionering van de experttafel voor complexe schades, evenals over de vraag in hoeverre voor ouders een toegankelijke publiekrechtelijke route openblijft. Het ontbreken van deze duidelijkheid brengt het reële risico met zich mee dat gedupeerden tussen wal en schip raken, of in het uiterste geval feitelijk buiten rechten worden gesteld doordat de weg naar het recht hen onmogelijk wordt gemaakt.

Als gevolg van deze onduidelijkheid zijn veel gedupeerden op dit moment niet in staat, of voelen zij zich niet in staat, een weloverwogen keuze te maken voor één van de beschikbare routes voor de afhandeling van aanvullende schades. Tegelijkertijd nadert de uiterste aanmelddatum van 31 maart 2026 voor gedupeerden die vóór 1 oktober 2025 een definitieve beschikking na integrale beoordeling hebben ontvangen. Dit vergroot de urgentie om op korte termijn duidelijkheid te verschaffen.

Brede ondersteuning
De Oudercommissie Kinderopvangtoeslag heeft in reactie op de VNG verkenning over de afbouw van de toegang tot brede ondersteuning opnieuw benadrukt dat duidelijke landelijke kaders, stevige monitoring en gelijke uitvoering door gemeenten noodzakelijk zijn. Grote verschillen tussen gemeenten zijn voor ouders in vergelijkbare situaties niet uitlegbaar. De Oudercommissie verwelkomt daarom de aanstelling van de bestuurlijk regisseur.

Hoewel de integrale beoordelingen naar verwachting in 2025 worden afgerond, wachten nog duizenden ouders op afhandeling van hun (aanvullende) schade. Zolang dit het geval is, blijft brede ondersteuning onmisbaar. De Oudercommissie adviseert om geen vaste einddatum te hanteren voor de toegang tot brede ondersteuning zolang niet alle procedures zijn afgerond, en om daarna een algemeen loket in te richten waar gedupeerden terechtkunnen voor ondersteuning.

Eén van de grote zorgen van gedupeerde ouders is dat zij bij de ondersteuning worden benaderd vanuit een kader dat sterk gericht is op activering, verplichtingen en controle (er zou ‘door de bril van de Participatiewet’ naar gedupeerden worden gekeken). Een dergelijke benadering miskent dat gedupeerden slachtoffers zijn van ernstig overheidsfalen. Zij zijn niet tekortgeschoten in hun verantwoordelijkheden, maar zijn juist onterecht benadeeld door het handelen van de overheid zelf.

Bovendien vrezen gedupeerden (opnieuw) geconfronteerd te zullen worden met bureaucratische regels en stigmatisering. Simpelweg overdragen naar het reguliere sociaal domein, met een verwijzing naar de zorgplicht van gemeenten, is in de ogen van de Oudercommissie daarom een ontkenning van de impact en gevolgen die de toeslagenaffaire heeft gehad op de levens van gedupeerden.
Daarom adviseert de Oudercommissie:

  • een flexibele deadline voor toegang tot brede ondersteuning, passend bij een herstelgerichte benadering;
  • blijvende toegang tot ondersteuning voor kinderen van gedupeerden, ook op een later moment in hun leven, aangezien herstel geen vaste tijd kent;
  • verlenging van de SPUK-regeling, ten minste parallel aan de rechten van gedupeerden onder de Wet hersteloperatie toeslagen;
  • het inrichten van een structureel algemeen loket voor (psychosociale) ondersteuning, ook na afloop van de SPUK;
  • verbetering van de informatievoorziening, zodat gedupeerde ouders weten waar zij terechtkunnen als brede ondersteuning onvoldoende wordt waargemaakt.

Tot slot benadrukt de Oudercommissie dat brede ondersteuning consequent moet worden uitgevoerd volgens de leidende principes van de hersteloperatie: aannemelijkheid, ruimhartigheid en de menselijke maat. Alleen dan kan het vertrouwen van gedupeerde ouders daadwerkelijk worden hersteld.